Heens (Rosalie), Levensbeschouwing in het middenveld: cement of segment

Actief Pluralisme en het “Jan Leyers-effect”

[uitgebreider in mijn essay over de religieuze identiteit op www.religie.one]

  • Levensbeschouwing in het middenveld: cement of segment (red. Rosalie Heens), 207 p. (uitgave van vzw Motief, Marsveldstraat 5, 1050 Brussel)
  • N.a.v. een congres van de vzw MOTIEF, over actief pluralisme of hoe omgaan met de diverse levensbeschouwing in het maatschappelijke middenveld – 2007

Jan Leyers ging enkele jaren geleden naar Mekka, tenminste, hij heeft met een enorme omweg geprobeerd de heilige stad te bereiken… Natuurlijk wist hij al vantevoren dat hij er niet in zou kunnen, maar daar ging het dan ook niet om. Hij knoopte gewoon met iedereen die hij tegenkwam een gesprek aan, want hij wou nu wel eens weten hoe het nou zit met die Islam. Omdat Jan zo vriendelijk is, staat bijna iedereen hem te woord en geeft antwoord op zijn vragen. Jan Leyers mediteert voort op de antwoorden en stelt nieuwe vragen. Of zijn vraagstelling juist was en open genoeg om echte antwoorden te krijgen, vraag hij zich niet af. Het boek is een bestseller, de TV-reeks een kijkcijferkanon (en hebt u de DVD al gezien…?). Toch zijn er wel wat vragen te stellen bij deze benadering

Een buitenaards wezen

Een buitenaards wezen landt in België. Hij heeft vernomen dat België een christelijk land is en wil nu wel eens weten of dat klopt. Hij geeft z’n ogen goed de kost en legt zijn oor her en der te luister. Resultaat: Hij ziet een enorme hoeveelheid kerken, allerlei organisaties met een C in hun naam, en hij maakt nog net mee, dat de regeringsformatie mislukt omdat de christen-democratische presidentskandidaat, die ruim 800.000 stemmen haalde er niet in slaagde een regering te vormen. Vervolgens gaat hij filmen bij zo’n kerk tijdens een huwelijksplechtigheid, interviewt het koppel, dat hem desgevraagd meedeelt dat het toch eigenlijk niet echt is als je niet voor de kerk trouwt. Als hij doorvraagt, wordt hij naar de pastoor verwezen, die hem het heilig sacrament van het huwelijk uitlegt etc.. Een snelle oriëntatie op protestantisme en andere godsdiensten doet hem tot de conclusie komen dat dat toch eigenlijk importgodsdiensten zijn, ook omdat veel voorgangers of leiders van allochtone komaf zijn. Hij keert terug naar zijn planeet en presenteert zijn bevindingen: België is een christelijk land, nader bepaald: rooms-katholiek.

Geproblematiseerd

Als je de ander benadert als moslim (in plaats van als een mens, die – bij nadere kennismaking – zelf wel zal laten merken of en hoe z’n moslim-zijn van belang is), zal hij zichzelf ook steeds meer als moslim definiëren èn wel volgens de lijnen die jij in je benadering impliciet hebt uitgetekend. In een klimaat waarin de aanwezigheid van moslims steeds weer geproblematiseerd wordt, kan zo’n vraagstelling – onbedoeld misschien – op de gesprekspartner bedreigend overkomen. En zoals ieder mens gaat hij zich verdedigen, als hij zich aangevallen voelt. En juist omdat wij hem expliciet interpelleren op de religieuze component van zijn leven, zal hij in zijn reactie ook die religieuze component sterk naar voren halen èn verdedigen. Zo kun je gevangen worden door een formulering van een vraag. Niet iedereen is zo handig als Socrates of Jezus, dat hij met een tegenvraag meteen de zaak op een ander plan weet te brengen.

Vastgepind

In het boek van Motief is op p. 63 het volgende verhaal te lezen:

Een Marokkaanse jongen meldt zich aan voor een intake gesprek bij een afkick-centrum. Bijna meteen zegt de maatschappelijk assistent: “wij hebben halal voedsel, hoor, en er zijn ook momenten voorzien waarop je kan bidden”. Dat is ongetwijfeld goed bedoeld, maar zo wordt die jongeman meteen gebombardeerd tot moslim, vastgepind op z’n religieuze identiteit, terwijl hij misschien nog nooit had gebeden. Of hij voelde zich wel moslim, maar wilde daarom nog niet bidden. Zo loop je het risico dat hij zich verplicht zal voelen om te gaan bidden.

Wie deze observatie uit het onderzoek van Motief legt naast twee artikelen uit het tweede deel van het boek (reflectie op het onderzoek), beseft dat hier meer op het spel staat dan een discussie over woorden alleen. De Brusselse politicoloog Patrick Stouthuysen noemde dit op het colloquium het “Jan Leyers effect” en hij bedoelde daarmee, dat mensen het onderwerp ‘godsdienst” –  als er expliciet naar gevraagd wordt – meer gewicht gaan geven dan het voor hen had voordat er naar gevraagd werd, waardoor de beleving van de godsdienst (i.c. Islam) langzaam verhuist van de culturele naar de persoonlijke identiteit.

Essentialisering

Meryem Kanmaz (politicologe) noemt dat een reductionistische tendens: De allochtoon wordt herleid tot zijn moslim-zijn. En dit moslim-zijn wordt daarbij ook nog eens herleid tot zijn expliciet religieuze component. In haar artikel (gebaseerd op sociologisch onderzoek in Gent) stelt zij dat dit effectief leidt tot een essentialisering bij de moslims zelf: zij gaan zich van de weeromstuit veel islamitischer gedragen. Zij spiegelen in hun antwoorden (en gedrag) het verwachtingspatroon van de omgeving. De westerse Islam, die van deze essentialisering en bewustwording het gevolg zal zijn, zal volgens mw. Kanmaz niet niet per se opener of vrijer zijn dan de niet-Westerse. Zo zien wij in protestantse kringen heel nadrukkelijk dat modernisering van het geloof bepaald niet automatisch leidt tot een progressievere variant. Ik ben soms zelfs geneigd te zeggen: integendeel. Wie zijn het “modernst” in organisatie, mediagebruik, muziek en propaganda? De evangelicals, de fundamentalisten, de integristen. Die groepen zijn immers zo overtuigd van hun eigen waarheid, dat ze anderen aan zich gelijk willen maken (voor hun bestwil, dat spreekt voor zich). Dat geldt voor het christendom (ik heb nu de protestanten als voorbeeld genomen, maar ik vermoed dat het zelfde ook geldt voor bewegingen in de rooms-katholieke sectie van het christendom) maar zeker ook voor de Islam. Surft u maar eens een poosje over het internet langs islamitische en christelijke sites en u weet wat ik bedoel.

Demonen

Degene die hier expliciet voor waarschuwde, is de Brusselse socioloog Patrick Stouthuysen in zijn pleidooi voor “Levensbeschouwelijke terughoudendheid”. Naast het reeds genoemde “Jan Leyers effect” wijst hij er vooral op, dat je door de religie en levensbeschouwing actief in het publieke domein toe te laten, het risico loopt demonen te ontbinden die je daarna niet meer kunt beheersen. Het klinkt wel sympathiek om het inter-religieuze gesprek te promoten, maar dat is nog wat anders dan het echt gaan voeren. Dan komen tegenstellingen boven die het gesprek vervolgens gaan sturen in de richting van een conflict. Juist door het openlijke gesprek (discussie, debat) te zoeken, kon de voortgang van de vriendelijke, maar wat afstandelijke communicatie, wel eens gehypothekeerd worden. De meest scribenten en ondervraagde organisaties hebben daar schrik voor, maar zijn van mening dat er gewoon geen alternatief is: Met de komst van de Islam naar het Westen, heeft de godsdienst zich gewoon weer gemeld op het “middenveld” en zullen we er mee moeten leren omgaan. En beter in het openbaar elkaar bevragend en van mening verschillend, dan broeiend en broedend in besloten groepen. Stouthuysen vreest echter dat het middenveld of de openbare ruimte zo uit handen gegeven wordt aan degene die het hardst roept. Als goeie vrijzinnige kon hij het niet nalaten een vergelijking te maken: Hebben we eindelijk de publieke ruimte een beetje vrijgemaakt van de christelijke dominantie, en nu geven we ’m zomaar uit handen aan de moslims. Neen: Dan liever wat levensbeschouwelijke terughoudendheid a.u.b.

Dick Wursten

 

Levensbeschouwing in het middenveld: cement of segment (red. Rosalie Heens), 207 p. (uitgave van vzw Motief, Marsveldstraat 5, 1050 Brussel).

Over het  boek:

Dit voorjaar nam vzw Motief  bij 35 organisaties uit het Vlaamse middenveld een diepte-interview af over de manier waarop zij als organisatie met levensbeschouwing omgaan, zowel intern als in standpunten naar buiten toe. Aan de hand van deze getuigenissen werd een rapport opgesteld rond dit thema, waarvan de bevindingen werden gepresenteerd en bediscussieerd tijdens een colloquium (“Het lege midden”).  Een uitgebreide samenvatting van het rapport door Rosalie Heens (ca. 50 pagina’s) is te lezen in het boek dat op diezelfde dag werd voorgesteld.

Een zeer leerzaam en bont geheel (zeer verscheiden standpunten, zelfs oppositioneel) is het deel waarin elf deskundigen (in minder dan 100 bladzijden, heerlijk beknopt en toch diepgravend) uit wetenschap en/of praktijk reflecteren op het onderzoek. Ik noem de namen met een kernwoord uit hun bijdragen. Erik Borgman (hoe diverser, hoe beter), Patrick Stouthuysen (zoveel mogelijk privé houden), Patrick Loobuyck (sociale cohesie in/door het middenveld), Ludo Abicht (Joodse ervaringen), Meryem Kanmaz (culturele en politieke islam), Nadia Fadil (gemeenschappelijke waarden vanuit de Islam), Remi Verwimp (over alles), Jean-Paul Vermassen (ACW), Jozef Mampuys (KWB), Johan De Vriendt (socio-cultureel vormingswerk, belang van verhalen),  Elke Vandeperre (handvaten voor de praktijk).