Skip to content →

Dennett (Daniel), Erasmus: Sometimes a Spin Doctor is Right

 

Dit boekje schreef filosoof en cognitie-wetenschapper (een soort mengvorm van filosofie, psychologie en neurologie) Daniel C. Dennett ter gelegenheid van de Erasmus Prijs die hem in 2012 werd toegekend. Hij had Erasmus’ diatribe over de vrije wil ‘De libero arbitrio’ uit 1524 voordien nog nooit gelezen, gaf hij eerlijk toe, maar de lectuur had hem aangenaam verrast. Veel zaken die hij tegenkwam bij zijn verdediging van de vrije wil tegen de cryptolutheranen van vandaag (een snel groeiende sekte, in Nederland geleid door Dick Swaab *) vond hij al terug bij Erasmus.

U kent het verhaal: Erasmus had zich uiteindelijk laten overhalen (of: hij moest wel) ook zijn aandeel in de Leuvense ‘Luther-bashing’ te leveren. Aan zijn vriend Adrianus, net paus geworden, schreef hij dat hij op zijn oude dag nog ‘de wapens van de gladiator’ in zijn handen gedrukt kreeg. In zijn korte karakterisering en evaluatie van de pennenstrijd tussen Erasmus en Luther stelt Dennett, dat Erasmus te werk gaat zoals een spin doctor door alle passages in de Bijbel op te voeren die zijn standpunt ondersteunen en de passages die hem niet uitkomen retorisch te omzeilen.‘Waar zijn al die geboden goed voor als niemand zich er aan kan houden?’, roept hij bijv. ergens uit. Dennett maakt zich vrolijk over de schijn-argumentaties van theologen, niet zozeer Erasmus en Luther, zij leefden in een andere tijd, maar die van vandaag. Op grond van een eerbiedwaardig, maar wel oud boek, dat geen rekening houdt met inzichten uit de wetenschappen en vol staat met mythen en goedbedoelde raadgevingen,  menen dat je zinvolle uitspraken kunt doen over de mens en zijn gedrag vandaag, is toch wel een beetje bedenkelijk.

Afin, terug naar Erasmus: Luther kon er niet mee lachen met die spin doctor. En diens retorische kunstjes werkten hem op de zenuwen. In 1525 schreef hij zijn antwoord De Servo Arbitrio (‘Over den knechtelijken wil’ zoals mijn oud-Nederlandse vertaling zo mooi heet, nu echter verkrijgbaar in vlot Nederlands) en het is een fel boek, gepassioneerd en duister. Hier betoogt hij dat er niet zoiets is als een vrije wil. Ja, natuurlijk voor alledaagse keuzes wel – Luther beheerste de scholastieke logica ook –maar als het over echt belangrijke zaken gaat dan hangt het er maar van af wie onze wil bestuurt: God of de duivel. Mensen moeten niet denken dat ze meer zijn dan ezels, dom en doelloos. Degene die hen berijdt (God of duivel) bepaalt waarheen zij gaan. Vrije wil is een illusie, een ‘nobele illusie’ misschien, maar niet meer dan dat. Sola gratia dus…

De ene causaliteit is de andere niet…

Voor Dennett is de vrije wil geen illusie. Helemaal niet, hoewel wij natuurlijk op 1001 manieren worden geconditioneerd. We komen niet uit de lucht vallen en wij zijn niet de grond van ons eigen bestaan. Erfelijkheid, milieu, genen, psyche, hersenen… ze maken ons tot wie we zijn. Zij verklaren voor een groot deel ons gedrag. Maar de ene causaliteit is de andere niet.

Een mens kan gedetermineerd zijn, en toch vrij. Hij vindt veel vrijewilloochenaars tautologisch. Dat wij bepaald worden door wat via ons neurologisch systeem tot in onze hersenen geraakt, is toch geen uitspraak over de vrije wil. Het is toch gewoon een beschrijving van ‘hoe het gaat’. Dat op het tennisveld, fotonen afgegeven door een snel op mij toekomende tennisbal, via mijn ogen mijn hersenen prikkelen en mij zo doen bewegen dat ik de bal terugsla (of tenminste dat probeer) is toch geen ontkenning van de vrije wil? Niemand dwingt mij toch, buiten mijzelf (zo zoals ik ben geworden) om die beweging uit te voeren. En ik kan ’m ook opeens staken. Dat wordt natuurlijk ook ergens door veroorzaakt, maar ja, oorzaakloos gedrag is filosofisch helemaal een onding.

Dat wisten we al, dat we door onze natuur worden bepaald.

Het schoentje wringt dus eigenlijk ergens anders. Volgens Dennett in de onuitgesproken suggestie van de vrijewilloochenaars dat als wij zelf niet vrij zijn, dat dan dus ‘iets of iemand anders’ ons gedrag bepaalt. Een echte naturalist vindt dat nu juist onzin. Supranaturalisten als Luther konden dat nog met goed fatsoen geloven: Wij zijn marionetten en het gaat er maar om of God of de duivel aan de touwtjes trekt. De moderne vrijewilloochenaars hebben geen andere instantie dan ‘de natuur’ en zijn dus opnieuw tautologisch bezig: want dat wisten we al, dat we door onze natuur worden bepaald. Laat het nu net typisch voor onze menselijke natuur zijn, dat we ergens in de loop van de geschiedenis (evolutie) een soort zelfreflecterende instantie in ons hebben opgeroepen, die wel degelijk kan kiezen uit verschillende mogelijkheden. En dat we al 8 seconden op voorhand kunnen vaststellen of we het linker- of rechterknopje zullen indrukken, is een heel aardig onderzoek, maar zegt nog niets over hoe we echte keuzes maken. Trivialisering van serieuze vragen door de onderzoeksopstelling is een ander gevaar dat de menswetenschappen bedreigt. Volgens Dennett is het hebben van een vrije wil dus perfect te verenigen (‘perfectly compatible’) met determinisme. Hij noemt zich daarom graag een ‘compatibilist’. Daarmee bevindt hij zich in het gezelschap van Hobbes, Locke, Hume, Mill en vele andere verstandige mensen.

En, oh ja, hij houdt erg van Luther, maar niet vanwege zijn theologie, maar vanwege zijn muziek. Enthousiast zingt hij in een koor en als het christelijk kerstfeest aanbreekt verzamelt hij al z’n atheïstische vrienden rond de kerstboom en dan zingen ze van hartenlust  ‘Er is een roos ontloken… uit Jesse’s stam’ en ‘in Dulci Jubilo…’ Houd de tradities in ere, en laat de dogma’s verdampen, is zijn leuze.

Dick Wursten

DENNETT, Daniel: Erasmus: Sometimes a Spin Doctor is Right. Praemium Erasmianum Essay 2012. 31 p. Amsterdam 2012. ISBN  978 90 77973 11 0.

* P.S.:  Dennett is het overigens hartgrondig eens met Dick Swaab over diens uitgangspunt : ‘wij zijn ons brein’. Hij kritiseert enkel het simplistisch determinisme dat Swaab daaruit afleidt. Onze psychologische toestand is natuurwetenschappelijk bezien niet meer dan een serie schakelingen in onze hersenen. Er is geen ziel, geen ‘zelf’, geen persoonlijkheid die ergens in de hersenen gelokaliseerd kan worden, als een mannetje dat ons gedrag aanstuurt. Dat wil echter – volgens Dennett – dus niet zeggen dat we willoos aan dat brein zijn overgeleverd. Het idee dat de vrije wil een illusie is, berust volgens Dennett op een heel naïeve voorstelling van de vrije wil, als een vrijheid van alle restricties. Zo’n absolute vrijheid bestaat niet. We reageren op impulsen. Als een vriend ons een heerlijke maaltijd aanbiedt, kunnen we moeilijk weigeren. Maar waarom zouden we dat willen? Daarnaast worden onze keuzen beïnvloed door zaken als aanleg, levensgeschiedenis en bindingen met andere mensen. Als we die aan onze laars zouden lappen, zouden we onszelf niet meer herkennen. Dennett: ‘We hebben een identiteit; dat is geen zelf dat ergens in het brein zit, maar een opeenstapeling van levenservaringen.’ (interview in de Volkskrant)