Aslan (Reza), God. Een menselijke geschiedenis

In de vorm van een godsdiensthistorisch overzicht reflecteert Reza Aslan (Iraans-Amerikaanse godsdienstwetenschapper, journalist en TV-producent) in dit boek op zijn eigen religieuze zoektocht naar God.

Inhoud

Aslan groeide op in een ‘lauw islamitisch’ milieu en keerde na een christelijke periode bij Amerikaanse evangelicals, terug naar de islam en het Soefisme. Het boek valt uiteen in drie keer drie hoofdstukken, voorafgegaan door een inleiding waarin de auteur zijn papieren op tafel legt (‘God’ moet bevrijd worden van de menselijke projecties en de religieuze instituties die daarop gestoeld zijn, p.14) en afgesloten met een conclusie (‘Jij bent God’ is de slotzin, p. 184).
In deel I (de belichaamde ziel) traceert Aslan de bron van de menselijke religiositeit met gebruikmaking van materiaal uit de klassieke godsdienstwetenschap, de moderne evolutiebiologie, de neurologie en de cognitieve wetenschap 1
Deel II (de vermenselijkte god) beschrijft hoe elke stap voorwaarts in de geschiedenis van de mensheid ook leidt tot een transformatie in de wereld van de goden. De goden worden antropomorf en de godenwereld politicomorf (een weerspiegeling van de maatschappijvorm van de vertellende volken). Aan bod komen de overgang van een jager/verzamelaar naar een agrarische cultuur, de Soemerische en de Egyptische godenwereld.
Deel III evoceert de getrapte ontwikkeling van meer-godendom naar monotheïsme (proleptische aanwezig bij de initiatieven van Echnaton en Zoroaster) en de spanningsvelden die dat oproept in Jodendom, christendom en islam. De suggestie van afronding die in de drievoudig ternaire opbouw is vervat, lijkt door de auteur bedoeld. Bij de Soefi’s aangekomen breekt het inzicht door dat het pantheïsme de enig mogelijke slotsom is van de ‘menselijke geschiedenis van God’ (‘God is alles wat er bestaat’, p. 177). Hij heeft het geheim van God ontsluierd. Zijn subjectieve keuze spoort namelijk met de objectieve werkelijkheid van God, stelt de auteur.

Evaluatie

Als persoonlijk getuigenis is dit boek acceptabel, maar als godsdiensthistorische studie niet. De auteur misleidt niet enkel zichzelf, maar ook de lezer. Dat neemt echter niet weg, dat de lezer met dit boek toch zijn voordeel kan doen. Aslan schrijft namelijk vlot en kan heel bevattelijk standen van zaken weergeven. En hij doet dat ook correct zolang het over de oertijd en de oudheid gaat (deel I en II). Je moet dus enkel op de koop toe nemen dat hij in deel III (over de levende religies) geregeld de plank mis slaat. Met name in het hoofdstuk over het christendom (h. 8) rijdt Aslan zich vast in de christologische en trinitarische discussie (was Christus mens? God? En indien allebei, hoeveel goden zijn er dan?). Athanasius komt zelfs in het kamp van de homoiousia terecht, en wie de dogmengeschiedenis kent, weet wat voor een kapitale blunder dit is 2. Verder krijgt Augustinus de credits voor de oplossing van de trinitarische kwestie (beide op p. 159). En in het laatste hoofdstuk (over de islam) is met handen te tasten dat de auteur je ergens naartoe wil brengen. Op p. 171 komt de aap uit de mouw. Daar laat de auteur het standaardverhaal over god-volgens-de-islam voor wat het is, en stelt ons met veel brio het soefisme voor. Van dan af is het boek een pamflet voor het pantheïsme, dat de lezer niet alleen wordt gepresenteerd, maar ook aangeprezen.

De literatuurlijst (p. 186-212) is indrukwekkend, maar auteurs die nagedacht hebben over het thema ‘secularisatie’ – toch niet irrelevant lijkt me – schitteren door afwezigheid: J. Habermass, T. Assad, J. Casanova, C. Taylor om er een paar te noemen. Het meest informatieve deel van het boek moet dan nog komen, nl. de zeer uitgebreide voetnoten (p. 213-276, klein lettertype). Daarin vermeldt de auteur niet alleen de werken waarop hij zijn inzichten echt baseert, maar vat hij ook de inzichten en de discussie daarrond samen. Hier blijkt dat de auteur zelf ook wel weet dat hij soms kort door de bocht gaat en creatief is in zijn samenvattingen. Kortom: een vlot leesbaar boek voor een lezer die geïnteresseerd is in de vraag hoe zich de ‘godsidee’ heeft ontwikkeld vanaf de oertijd tot heden. Alleen moet genoemde lezer wel tegen de ‘evangeliserende’ toon kunnen en het niet erg vinden dat er soms wat slordig wordt omgesprongen met feiten.

2019, Dick Wursten, Antwerpen

REZA ASLAN, God. Een menselijke geschiedenis, Amsterdam: uitgeverij Balans, 2018. 284 blz., ISBN: 9789460038099, €22,50

  1. De auteur volgt de vrij gangbare opvatting over de mogelijkheidsvoorwaarden voor het ontstaan van geloof in niet-menselijke ‘agents’ als een combinatie van HADD (Hyperactive Agency Detection Device), Theory of Mind en het beklijven van verhalen waarin een minimaal contra-intuïtieve afwijking zit.
  2. Athanasius is verbannen vanuit Alexandrië naar Trier (!) omdat hij weigerde de homoiousion te aanvaarden