Skip to content →

Berger (Peter) e.a., Religious America, Secular Europe? A Theme and Variations

Waarom is Amerika ‘religieus’ en Europa ‘seculier’? En hoe gaat dat in de toekomst zijn? Ja, is het eigenlijk wel waar? Dat zijn de vragen die in dit boek van Peter Berger (hoogleraar sociologie Boston University), Grace Davie (hoogleraar sociologie, University of Exeter) en Dr. Effie Fokas (Directeur van het Forum on Religion van de London School of Economics). De drie auteurs vergelijken in een joint venture de ‘Euroseculariteit’ (de keuze voor dit begrip is bewust, omdat zij in de seculiere samenleving een Europese eigenaardigheid zien), en de ‘Amerikaanse religiositeit’ (of breder: de positieve houding ten opzicht van religie in de rest van de wereld). Zij willen zo een bijdrage leveren aan beter begrip tussen Europa en de VS, omdat daar het debat zich nadrukkelijk afspeelt, ook op academische niveau.

Peter Berger, Grace Davie, Effie Fokas, Religious America, Secular Europe? A Theme and Variations
Ashgate, 2008, 176 pagina’s, ISBN: 9-780-7546-6011-8

Kort samengevat: Waarom wordt in Europa religie vaak beschouwd als deel van het probleem en in de Verenigde Staten als deel van de oplossing? En hoe kunnen Europeanen en Amerikanen op dit punt tot een beter begrip komen voor hun verschil in visie hierop. Wie ooit een Texaan over Nederland heeft horen spreken of een Fransman over de VS terzake van religie, die weet hoe diep de kloof is. Een groot aantal specifieke verschillen tussen Europa en de Verenigde Staten worden door de auteurs verkend: verschillen in de relatie Kerk-Staat, omgang met pluralisme, waardering van de Verlichting, soort ‘intellectuelen’, cultuur, institutionele verankering, en vooral: verschillen in de band tussen religie en sociale indicatoren (met name sociale klasse en etniciteit). Om maar iets te noemen: In Amerika is het lidmaatschap van een kerk een zekere indicator van iemands sociale positie en zegt dus ook iets over iemands solvabiliteit. Dit boek biedt op deze terreinen vooral een survey van de stand van het onderzoek.

Zoals gezegd is volgens de auteurs de visie op de moderniteit als seculier een Europese eigenaardigheid. Zij verklaren die door de geschiedenis van Europa, waar de kerken met al hun vezels verbonden zijn met de wording van de Europese staten. Dit constrasteert scherp met het schijnbaar oneindig aantal denominaties in de Verenigde Staten. In Europa wordt religie dus gekenmerkt door een afnemend monopolie van direct of indirect door de staat gesubsidieerde Kerken, in Amerika is religie een bloeiende markt. Europeanen zien hun kerken als ‘instellingen van openbaar nut’, Amerikanen als ‘concurrerende bedrijven’, die door de meerderheid van de bevolking met welwillendheid wordt bezien, omdat iedereen – aldus de meeste Amerikanen – die op een of ander moment in het leven nog wel eens nodig zal hebben. Immigranten-gemeenschappen funderen hun identiteit in de Amerikaanse samenleving juist door  zich in aparte etnische geloofsgemeenschapppen te verzamelen. “Sunday morning, the most segregated hour” (iedereen gaat naar zijn eigen kerk) is tegelijk ook het meest verbindende uur: want iedereen gaat wel naar de kerk! De vraag blijft: ‘Hoe kan een strikte scheiding worden geclaimd als religie op elk niveau van de Amerikaanse samenleving zo evident aanwezig is, en niet enkel informeel, maar ook formeel (p.79).

De voornaamste focus van het boek is echter op Europa gericht. De secularisatie-these wordt door de auteurs als verouderd voorgesteld. Zij is het resultaat van een Europese blikvernauwing. Als alternatief stellen de auteurs in een gezamenlijk slothoofdstuk voor om van ‘meervoudige moderniteit’ te spreken. Het seculiere West-Europese model is dan maar één vorm om in de moderne tijd te leven. De Japanse variant is al veel religieuzer, net als de Amerikaanse, maar beide zijn wel modern. Zo is misschien ook een islamitische of Ubuntu-moderniteit voorstelbaar. Filosofisch zit er nog wel een grote paradox in verscholen, maar empirisch is het een realiteit. Kortom: Ondanks de ‘Euroseculariteit’ zal het – zo voorspellen de auteurs – in de wereld van de toekomst normaal zal zijn om 100% modern en 100% religieus te zijn. Het christendom heeft z’n religieuze variant ook al klaarstaan: het ‘evangelical’ christendom, en dan vooral de Pinksterbeweging met haar nadruk op gevoel en saamhorigheid. Dat hiermee het begrip ‘religie’ ook aan een herdefinitie toe is, daarvan zijn de auteurs zich wel bewust, maar dat achten zij stof voor andere schrijvers.

Dick Wursten