Skip to content →

Gillaerts e.a. (red.), De Bijbel in de Lage Landen

Op 22 april 2015 verzamelden historici, taal- en bijbelgeleerden uit Nederland en België zich in de voormalige kapel van de Grauwzusters in Antwerpen, nu ceremonieruimte van de Universiteit Anwerpen (UA). Er heerste nervositeit met name omdat er in België een treinstaking was en in Nederland een stiptheidsactie van de wegpolitie. Uiteindelijk waren toch nog een 40-tal mensen aanwezig. Er werd gefluisterd dat één medewerker per fiets vanaf Roosendaal was gekomen om de happening toch niet te hoeven missen. En dat alles dus omwille van de publicatie van een boek: De Bijbel in de Lage Landen.

En inderdaad dit is niet een boek van dertien in een dozijn. Bijna 1000 pagina’s dik is het en het bestaat uit 5 delen, onderverdeeld in maar liefst 37 hoofdstukken.De lijst van medewerkers (25 personen) omvat ongeveer iedereen die zich op wetenschappelijk gebied (historisch, literair, taalkundig, boekdrukkundig etc.) met de Bijbel en haar vertaling in het Nederlands heeft beziggehouden. De ondertitel zegt precies waarover het gaat: Elf eeuwen van vertalen. De eindredactie was in handen van prof. Paul Gillaers (KU Leuven) en hij heeft zich voor dit boek laten omringen door een kernredactie bestaande uit Henri Bloemen (taalwetenschapper, UA en KUL),  Youri Desplenter (Middeleeuwse letterkunde, UGent), Wim François (theologisch onderzoeker KUL) en August den Hollander (VU-Amsterdam en UA). Het is duidelijk: Men is niet over één nacht ijs gegaan om dit boek samen te stellen. De leden van de kernredactie hebben elk een deel (periode) voor hun rekening genomen.

Enkele highlights werden gepresenteerd op die middag. Zo werd duidelijk dat West-Vlaanderen zich trots de bakermat van de Nederlandse vertaling van de Bijbel mag noemen. Na de bekende Wachtendonkse Psalmen is men daar rond 1200 (volgens sommigen nog eerder) systematisch begonnen met de vertaling van de evangelieën. Vandaaruit heeft zich de vertaalinspanning via het klooster van Herne doorgezet naar het Oosten en dan pas naar het Noorden. Zeer boeiend was ook de lezing van Prof. Wim Francois, die zich richtte op de mythevorming (narratieve constructies, noemt hij het) rond de Liesvelt-bijbel (als u wilt weten wat hij precies bedoelt: hoofdstuk 15 is eraan gewijd).

Niet minder interessant is dat hier ook systematisch de geschiedenis van recentere (laat 19e eeuwse) maar al bijna weer vergeten vertalingen is beschreven. Zo komt de Leidse vertaling (protestant) aan bod, alsook de Professorenbijbel en de Canisiusvertaling (roomskatholiek). Ze worden historisch duidelijk gekaderd in het niet bepaald spanningsloze kerkelijke landschap, waardoor deze vertalingen eindelijk op hun mérites kunnen worden beoordeeld. Afin, het is ondoenlijk om dit boek verder te beschrijven. Wel duidelijk is dat met het verschijnen van dit boek, er een nieuw standaardwerk op de markt is verschenen, dat zowel de professional als de geïnteresserde leek zal interesseren.

Op het Antwerpse Stadhuis (op ’t schoon verdiep) werd door de schepen van cultuur Philip Heylen het eerste exemplaar officieel in ontvangst genomen uit handen van Prof. Gillaert. Een bewogen moment, zoals de foto laat zien. In zijn toespraak wees hij erop hoe betekenisvol de keuze van deze plaats (Antwerpen) was voor de presentatie van een boek over de Bijbel: was niet 5 eeuwen geleden Antwerpen het centrum van de boekdrukkunst geweest, en wel m.n. van de eerste Bijbels in het Nederlands.

Dick Wursten

 

Prof. Gillaert (eindredacteur) bij de presentatie van het boek in het Antwerpse Stadhuis