Kuijer (Guus), De bijbel voor ongelovigen (deel 1 en 2)

door K.A.D. Smelik (overgenomen uit De stem van het boek, 2014)

Guus Kuijer, DE BIJBEL VOOR ONGELOVIGEN. Het begin. Genesis. Athenaeum-Polak & Van Gennep 2012. 288 blz. € 18,95. ISBN 9789025370053

De vooral als kinderboekenschrijver bekende auteur heeft de grotere verhalen uit het Bijbelboek Genesis geclusterd tot een zestal verhalen voor volwassenen, die zeer boeiend zijn om te lezen. Deze verhalen zijn gegroepeerd rondom een hoofdpersoon, namelijk Adam, Cham, Selach, Sarai, Isaak en Ben-Oni (Benjamin). Ieder van deze Bijbelse personages vertelt als ik-figuur zijn of haar verhaal, ook al gaat het hier niet om de hoofdfiguur van de vertelling (afgezien van Adam dan). In feite niet ‘ook al’ maar ‘juist omdat’, want dit de is opzet van de auteur. De Bijbelverhalen plaatst hij in het perspectief van de underdog. Degene die in het oorspronkelijke verhaal niet echt aan bod kwam, vertelt nu het verhaal. En dit dan weer in het kader van een raamvertelling, want het blijkt op de laatste pagina dat Jochebed, de moeder van Mozes, al die tijd aan het woord is geweest. Zij heeft al deze verhalen uit haar geheugen opgediept. Door deze perspectiefwisseling valt er vanzelf een nieuw licht op het Bijbelverhaal, een methode die ik zelf heb toegepast bij het schrijven van Het Bijzonder Bijbels Beestenboek uit 2006, waarin dieren het Bijbelverhaal navertellen, waarin zij zelf een rol spelen. De titel ‘De Bijbel voor ongelovigen’ is op tweeërlei wijze misleidend. In de eerste plaats maakt de ondertitel al duidelijk dat het in dit deel alleen om het eerste Bijbelboek gaat. De auteur zou nu met Exodus bezig zijn, maar voordat hij bij Openbaring is aangekomen, is er nog een lange weg te gaan. In de tweede plaats moet men ‘ongelovigen’ met een korreltje zout nemen. Juist de ervaren Bijbellezer en kerkganger zullen veel plezier aan dit boek beleven, omdat de auteur regelmatig verwijst naar andere Bijbelteksten buiten het boek Genesis (ook Nieuwe Testament), naar kerkliederen en naar christelijke dogmatiek. Wanneer Hagar aan Sarai uitlegt dat de farao “zowel volledig mens als volledig God” is, herinnert dit aan de twee-naturenleer van Christus. Andere voorbeelden: “de buitenste duisternis”, God is te vinden in een “suizende stilte”, Adam zegt ergens: “God, mijn God, waarom heb je hem verlaten?”, “Zie de mens”, denkt Noachs zoon bij de aanblik van zijn ontredderde vader en Abrahams vrouw Sarai zegt: “Ik was een roepende in de woestijn”. De speelse humor van dit soort verwijzingen zal buitenkerkelijken en ongelovigen ontgaan, maar ze kruiden juist het verhaal voor wie de Bijbel kent. Wij moeten het woord ‘ongelovigen’ dan ook anders verstaan. De auteur heeft een godsgruwelijke hekel aan gelovigen die God voor hun eigen karretje spannen. Dit heeft hij al laten merken in zijn boek Hoe een klein rotgodje God vermoordde uit 2006. Of het nu is in een ‘heilige oorlog’, zoals die zich rondom de toren van Babel ontvouwt, of in de strijd tussen Kaïn en Abel, God gebruiken om een ander kwaad te berokkenen is voor de auteur onaanvaardbaar – een rode lijn zou men tegenwoordig zeggen. Het boek eindigt met de wijze raad van Jochebed: “Blijf dus zelf bedenken wat u gelooft en wat niet”. Het leuke is nu dat dit advies even goed geldt voor doorgedreven atheïsten als voor religieuze fanatici. (KS)

Guus Kuijer, DE BIJBEL VOOR ONGELOVIGEN. Deel 2. De uittocht en de intocht. Athenaeum-Polak & Van Gennep 2014. 271 blz. 18,95. ISBN: 9789025300524

De vooral als kinderboekenschrijver bekende auteur heeft in dit tweede deel van zijn ‘Bijbel voor ongelovigen’ de grotere verhalen uit de Bijbelboeken Exodus, Jozua en Richteren geclusterd tot een drietal getuigenissen, bedoeld voor volwassenen, die zeer boeiend zijn om te lezen. Deze getuigenissen zijn afkomstig van drie figuren, namelijk Thermutis / Bitja (de dochter van Farao), Mered (volgens 1 Kronieken 4:18 echtgenoot van de dochter van Farao) en Jaël, de Kenitische. Ieder van deze Bijbelse personages vertelt als ik-figuur zijn of haar verhaal, ook al gaat het hier niet om de hoofdfiguur van het Bijbelverhaal. In feite niet ‘ook al’ maar ‘juist omdat’, want dit is nu de opzet van de auteur. De Bijbelverhalen wil hij in het perspectief van de underdog plaatsen. Degene die in het oorspronkelijke Bijbelverhaal niet echt aan bod kwam, vertelt nu wat er is gebeurd. Alle drie behoren zij zelf niet tot het volk Israël, van wie zij de geschiedenis vertellen. Door deze perspectiefwisseling valt er vanzelf een nieuw licht op de Bijbelverhalen. Een centraal thema in het boek is de strijd tussen groepen mensen die, door hun godsdienst daartoe aangespoord, elkaar naar het leven staan: de Hebreeën tegenover de Egyptenaren, de Filistijnen tegenover de Israëlieten. Diep van binnen bewonderen zij elkaar, maar vanuit hun geloof doen zij elkaar vervolgens de gruwelijkste dingen aan. De rol van God komt niet positief over. De titel ‘De Bijbel voor ongelovigen’ geeft echter een verkeerde indruk. Juist de ervaren Bijbellezer en kerkganger zullen veel plezier aan dit boek beleven. Wij moeten het woord ‘ongelovigen’ dan ook anders verstaan. Het gaat om mensen die zich niet zonder meer aansluiten bij de traditie en die vragen durven te stellen, waar anderen zwijgen. Zoals Jaël aan het einde van het boek. Zij die Sisera een tentpin door het hoofd joeg, omdat hij de vijand was, vraagt nu aan God naar de zin van oorlog en vijandschap, en smeekt Hem om vrede voor Israël. Slordig evenwel dat in het boek een inhoudsopgave ontbreekt.